Top
PINT / 2013  / HORECAONDERNEMER TEKENT BIJ HET KRUISJE

HORECAONDERNEMER TEKENT BIJ HET KRUISJE

En weer was daar een onderzoek uitgevoerd in opdracht van KHN dat stelling neemt tegen de brouwers. Ditmaal uitgevoerd door economisch onderzoeksbureau SEO. Wederom waren de conclusies niet verrassend: brouwerijcontracten werken marktverstorend en concurrentiebeperkend met alle gevolgen van dien voor de prijs van bier en de varièteit op de tap. Oude wijn in nieuwe zakken dus.

Horecaondernemers wijzen vooral beschuldigend naar de brouwers en de brouwers wijzen terug. Feit is dat men elkaar nodig heeft. Waar twee partijen strijden, hebben twee partijen schuld. Het zijn niet alleen de brouwerijen die brouwerijcontracten opleggen, maar horecaondernemers tekenen ook veel te makkelijk bij het kruisje.

Voor PINT geldt eigenlijk maar één ding, het belang van de bierconsument. En de bierconsument wil het bier naar zijn keuze drinken voor een redelijke prijs. Daarom zijn wij een tegenstander van brouwerijcontracten.

De hoofdpunten van het rapport ‘Naar concurrentie op de tap’ van het SEO, uitgevoerd in opdracht van KHN.

75 procent van de bierafzet wordt verkocht door aan brouwerijen gebonden drankverstrekkende horecaondernemingen. Deze verticale binding tussen horecaondernemingen en brouwerijen neemt de vorm aan van een bruikleenovereenkomst voor de installatie(s), een financieringsovereenkomst, een borgstellingsovereenkomst of een huurcontract. De binding wordt gecombineerd met een exclusieve afnameverplichting. Hierdoor mag de horecaondermening alleen het tapbier van de betreffende brouwerij schenken. Dit betekent dat er geen concurrentie op de tap is. Daarmee zijn de verticale overeenkomsten concurrentiebeperkend. Consumenten kunnen niet kiezen.

De binding heeft nadelige gevolgen voor de horecaondernemingen. Het leidt onder meer tot hogere inkooppprijzen voor bier, lager rendement en relatief veel faillissementen. De door de brouwerijen bewust gecreeerde overcapaciteit van horecaondernemingen verlaagt de bereidheid van banken om de horecasector te financieren. Door het risico van faillissement, het lage rendement en doordat de vaste activa vaak in het bezit zijn van de brouwerij, zijn banken minder geneigd om financiering te verstrekken aan horecaondernemingen. Hierdoor zijn horecaondernemingen nog meer aangewezen op de brouwerijen, waardoor de binding toeneemt.

Dit wordt ondersteunt door de overnamecijfers van cafe’s. Als gevolg van de gringe overstap blijft in de meerderheid van de gevallen de gebondenheid gelijk of neemt deze toe. De overeenkomsten met brouwerijen en de in het kader daarvan verschafte financieringen zijn zo een afspraak met een zure afdronk.

De horecabiermarkt kan alleen effectief werken als er concurrentie op de tap ontstaat. Daartoe is het noodzakelijk dat exclusiviteitsvereisten in de verticale overeenkomsten tussen brouwerijen en horecaondernemingen verdwijnen.

Geplaatst door: Nico Lammers

Geplaatst door: Webmaster algemeen

Advertentie
Advertentie
Advertentie
Advertentie
Geen reacties

Plaats commentaar

vijf × vijf =