|
|
Home Biernieuws maart 2010 februari 2010 januari 2010 Biernieuws 2009 Biernieuws 2008 Biernieuws 2007 Biernieuws 2006 Biernieuws 2005 Biernieuws 2004 Biernieuws 2003 Biernieuws 2002 Mail de redactie Colofon Veel gestelde vragen |
Biernieuws april 2007 extra
PINT over het bierkartel IP/07/509 Brussel, 18 april 2007 In een reactie verklaarde Neelie Kroes, Commissaris voor Concurrentiezaken:
"Het is onaanvaardbaar dat de belangrijkste aanbieders samenspanden om de
prijzen te verhogen en de markt onder elkaar te verdelen. Het topmanagement van
deze ondernemingen wist heel goed dat hun handelwijze illegaal was, maar toch
gingen zij er mee door en probeerden zij alle sporen uit te wissen." Nadat
de Commissie op eigen initiatief een kartel op de Belgische biermarkt aan het
licht had gebracht, verschafte InBev op basis van de clementieregeling van de
Commissie informatie dat zij ook bij kartels in andere Europese landen betrokken
was. Dit leidde tot onaangekondigde inspecties bij brouwerijen in Frankrijk,
Luxemburg, Italiƫ en Nederland. Dit onderzoek resulteerde in beschikkingen
waarin kartels werd veroordeeld: in Belgiƫ (zie IP/01/1739
bevestigd door het Gerecht van eerste aanleg en het Hof van Justitie; zie
CJE/07/13), in Frankrijk (zie IP/04/1153,
geen beroep ingesteld) en in Luxemburg (zie IP/01/1740,
bevestigd door het Gerecht van eerste aanleg). Het onderzoek in de Italiaanse
zaak werd afgesloten zonder dat aanklachten werden geformuleerd. Bewijsmateriaal Bij de inspecties kon de hand worden gelegd op bewijsmateriaal zoals tijdens
niet-officiële bijeenkomsten gemaakte handgeschreven aantekeningen en
bewijsmateriaal voor de data en locaties waarop deze bijeenkomsten plaatsvonden.
Uit dat alles bleek dat Heineken, InBev, Grolsch en Bavaria in Nederland een
verboden kartel hadden. Dit bewijsmateriaal bevestigt ook volledig de
ondernemingsverklaringen van InBev. Op bijeenkomsten met namen als "agendacommissie", "Catherijnebijeenkomst" of
"staffelvergaderingen" coërrdineerden de vier brouwerijen prijzen en
prijsverhogingen op de Nederlandse biermarkt. Daarbij ging het zowel om het
horecasegment (consumptie in de horeca) als het thuisverbruiksegment
(bierverkoop vooral via supermarkten), met inbegrip van private-labelbier.
Private-labelbier wordt verkocht als huismerk van supermarkten of onder een
merknaam waarvoor geen reclame wordt gemaakt. In het horecasegment coërrdineerden de brouwerijen de kortingen voor
caffés en bars, die het belangrijkste element in de prijszetting zijn, via
een systeem van staffelkortingen. Voorts is er bewijs dat de brouwerijen
occasioneel ook andere commerciiélele voorwaarden voor individuele klanten in
het horecasegment van de Nederlandse markt coërrdineerden, en dat zij
klanten onder elkaar verdeelden - zowel in het horecasegment als in het
thuisverbruiksegment. De Commissie beschikt over bewijzen dat bij de vier brouwerijgroepen het
topmanagement (zoals leden van de bestuursraad, algemeen directeuren en
nationale verkoopdirecteuren) aan de kartelbijeenkomsten en -besprekingen hebben
deelgenomen. Ook is er bewijs dat de ondernemingen wel degelijk wisten dat hun
praktijken illegaal waren en dat zij maatregelen namen om te vermijden dat het
kartel werd ontdekt. Daarvoor gebruikten zij een hele reeks codenamen en
afkortingen voor hun niet-officiële bijeenkomsten en hielden zij deze
bijeenkomsten in hotels en restaurants. InBev betwistte de feiten zoals die in de mededeling van punten van bezwaar
van de Commissie waren geschetst, niet. Geldboeten Deze praktijken zijn een zeer zware inbreuk op de concurrentieregels van het
EG-Verdrag. De geldboeten houden rekening met de omvang van de productmarkten,
de looptijd van het kartel en de grootte van de betrokken ondernemingen. De Commissie erkent dat de procedure in deze zaak zeer lang heeft geduurd
(meer dan zeven jaar sinds de inspecties plaatsvonden). Daarom werden de
boetebedragen met 100 000 EUR verlaagd. Geldboeten en boeteverminderingen van de Commissie (*) Hoofdelijk aansprakelijk Schadeclaims Iedere
persoon of onderneming die van de in deze zaak beschreven concurrentiebeperkende
praktijken te lijden heeft gehad, kan zijn zaak voor de nationale rechter
brengen en een schadeclaim indienen en delen van de gepubliceerde beschikking
aanvoeren als bewijs dat de praktijken hebben plaatsgevonden en verboden waren.
Ook al heeft de Commissie de betrokken ondernemingen geldboeten opgelegd, toch
kan schadevergoeding worden toegewezen zonder dat de geldboete die de Commissie
heeft opgelegd, daarop in mindering moet worden gebracht. Over particuliere
handhaving is een groenboek gepubliceerd (zie IP/05/1634
en MEMO/05/489). Voor meer informatie over de strijd van de Commissie tegen kartels, zie MEMO/07/136. | ||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||